DE ZONDE HEEFT TWEE NATUREN
Het heiligdom heeft twee afdelingen omdat de zonde twee naturen heeft. Als wij teruggaan naar de hof van Eden en de zondeval, dan zien wij dat Adam en Eva vergeven werden toen zij nog in het paradijs waren. Wij lezen dat Adam en Eva een bedekking zochten en zij maakten zich kleding van vijgenboom bladeren om zich daarmee te bedekken. Maar de Here maakte hen kleding van vellen. Er moesten dus twee onschuldige dieren sterven om hen te bekleden. Dat was de eerste dood in het universum. Wat was er gebeurd? Nadat zij van de boom gegeten hadden verliet het lichtkleed hen. Paulus zei later: "Allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods". Rom.3:23. Die heerlijkheid had hen bekleed. Na de zondeval waren zij naakt. Maar God voorzag in een nieuw kleed. Het kleed van de gerechtigheid van Christus. De schuld was hen vergeven, maar God liet hen niet in het paradijs blijven. Er was iets in hen achter gebleven. De zonde als onreinheid was achtergebleven.
Zo was het ook in de heiligdomsdienst. De zondaar kwam naar het heiligdom, om verzoening te ontvangen voor het kwaad dat hij bedreven had. Hij beleed zijn schuld op het onschuldige offerdier en werd bevrijd doordat het dier geofferd werd. Dan lezen wij in de Schrift: Geofferd werd er als men schuldig geworden was. Lev.4:3,13,22,27. Het offeren bracht verzoening en vergeving. Lev.4:20,26,31,35.
Alleen de priester ontving geen verzoening en vergeving (zie Lev.4:1-12). De reden was dat de priester zondedrager bleef. Zie Ex.28: 38 en Lev.10:17. De hogepriester droeg op zijn voorhoofd een gouden plaat waarop al de zonde, gelegen in de heilige dingen, gedragen werd. Het eten van het vlees van het zondoffer belaadde de priesters met zonde. Voor de priesters werd verzoening gedaan op de grote verzoendag. Zie Lev. 16:3-6.
Schuld heeft te maken met verantwoordelijkheid. Bij de belijdenis hoort "tegen u, u alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad is in uw ogen". Ps.51:6. "Mijn zonde maakte ik u bekend…. En Gij vergaaft de schuld mijner zonde". Ps. 32: 5.
De Schrift legt de nadruk op het vergeven van de schuld. Schuld en vergeving horen bij elkaar. Maar de Schrift kent niet alleen de schuld van de zonde. Er is ook onreinheid van de zonde. De apostel Paulus beschrijft in de Romeinen brief de zonde als een zelfstandig opererend beginsel. "Dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde die in mij woont". Rom.7: 17, 20. "Wekte de zonde in mij allerlei begeerlijkheid op". Rom. 7:8. "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven, en ons te reinigen van alle ongerechtigheid". 1.Joh.1: 9. Er is dus vergeving van schuld, en er is reiniging na de vergeving. Reiniging van alle ongerechtigheid. Niet de zonde werd vergeven maar de zondaar. De zondaar ontving vergeving. Niet de zonde, maar de schuld werd vergeven. Dat is wat Adam en Eva merkten. De onreinheid was gebleven en nu moesten zij hard werken, samenwerken met God om de zonde te overwinnen. Maar welke klappen hebben ze gekregen. Hun oudste zoon vermoordde zijn broer in een conflict over het dienen van God. Toen Adam en Eva hun zoon zochten en hem vonden, zullen zij elkaar aangekeken hebben en gezegd; dat is eigenlijk onze schuld. Als wij niet gezondigd hadden dan was dit niet gebeurd.
Alle onheil dat zij zagen en dat was nogal wat, zullen zij gezien hebben in het licht van hun eigen zondeval. Zij zagen de zonde, als onreinheid, als een zelfstandig opererend beginsel. "Er is niemand die goed doet zelfs niet één". Romeinen 3:12. Verderop in de Romeinenbrief wordt gezegd dat "de zonde geheerst heeft tot de dood". Romeinen 5:21. De nieuwe vertaling zegt hier dat de zonde als koning heerste in de dood. Het woord voor heersen in het Grieks dat hier gebruikt wordt is een woord dat betekend "heersen als koning". De zonde is soeverein in de wereld. Alles is gebroken. Als de zonde alleen gezien wordt als schuld dan is het onmogelijk om het evangelie te begrijpen. De zonde is soeverein. Haar machtsgebied in deze wereld is onbegrensd. "Wij weten dat… de gehele wereld in het boze ligt". 1.Joh. 5:19. Soevereiniteit is de volkomenheid van de staatsmacht. De optelsom van de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht.
Dat is wat wij om ons heen zien. Maar dat is vooral wat wij zien in ons eigen leven. Zelfs de heilige dingen worden door de zonde besmet. (Exodus 28: 38) De reformatorische zondeleer is dat de goede werken der heiligen met zonde besmet zijn. Dat werd geleerd door alle reformatoren. Salomo, terug ziende op zijn leven en dat wat hij waargenomen had, zegt: "Voorwaar er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt". Prediker 7: 20. S. V.
RECHTVAARDIGING EN HEILIGING Dat is ook de oorzaak dat er een verschil is tussen rechtvaardiging en heiliging. Rechtvaardigmaking betekent dat onze zonden vergeven zijn. De schuld is weggenomen en in de plaats daarvan komt de onschuld van Christus. Dan is het alsof wij nooit gezondigd hebben. Maar in het dagelijkse leven is er een harde, moeitevolle strijd tegen de zonde, als onreinheid, die nog steeds in ons leven als koning heersen wil. Rechtvaardigmaking is het werk van Christus voor ons, als onze Hogepriester in het heiligdom en als Middelaar van het verbond. Heiligmaking is het werk van de Heilige Geest in ons in samenwerking met ons. Het is een harde oorlog, maar de hemel zij dank dat ons de Heilige Geest gegeven is om de leiding te nemen in dit gevecht.
Het begin van de heiligmaking is dat wij opnieuw geboren worden. De eerste geboorte deugde niet. Het is onmogelijk om de wedergeboorte te begrijpen als niet eerst de eerste geboorte goed begrepen wordt. De Bijbel leert ons dat door één enkele zonde van één enkele persoon alle mensen zondaar geworden zijn. "Door één mens is de zonde de wereld binnengekomen". Rom.5:12. Wie was dat Adam of Eva? Adam!!! Het is merkwaardig dat als Eva bij Adam komt, nadat zij van de boom gegeten had, Adam niet waarneemt dat zij naakt is. Eerst als Adam gezondigd heeft worden "hun beider ogen geopend" en ontdekken zij dat zij naakt zijn. Gen.3:7. D.w.z. de betovering was verbroken de schuld was waargenomen. Wiens kleed droeg Eva dan? Was dat niet het kleed dat God aan Adam gegeven had!!! Het was het kleed van de koning. Zo ook met ons, de ene zonde van de koning is als koning gaan heersen in de wereld.
Is het niet merkwaardig dat Johannes de doper juist dit punt ter sprake brengt. Als een getrouw dienaar van het evangelie predikt hij de verdorven toestand van de mens, "addergebroed" zegt hij. En voordat wij dat schelden noemen moet vastgesteld worden, dat God in zijn dienaren geen schelden toelaat. Maar wat Johannes met deze woorden duidelijk wil maken is, dat van deze levenloze stenen, dit adderengebroed, God door de wedergeboorte Abraham kinderen kan verwekken. Volgens Johannes had de natuurlijke bloedlijn via Abraham geen eeuwigheidswaarde. Lukas 3: 7-9. Jezus doet hetzelfde in Johannes 8 vanaf vers 31. De natuurlijke geboorte is ons als een steen om de nek. Jezus leert ons dat Abrahams kinderen "anders" zijn want Hij zegt: "dat deed Abraham niet". Joh.8:40. Ellen White beweert dat wij van nature ons in dezelfde hopeloze toestand bevinden als Satan zelf. Wij zijn niet alleen schuldig, maar wij zijn ook onrein. Als Jesaja, de profeet, een blik slaat op de heerlijkheid van God dan roept hij twee keer voor zich uit dat hij onrein is: "Wee mij want ik verga, daar ik een man ben van onreine lippen en woon te midden van een volk dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben de Here der heerscharen gezien". Jesaja 6 5.
Dat was wat een melaatse deed, die moest voor zich uit roepen: "Onrein, onrein". Lev.13:45. De melaatse riep twee keer "onrein". Jesaja riep twee keer "onrein". Maar Jesaja was opnieuw geboren, hij was een profeet in ambt en deed wat de Here hem geboden had, hij bracht Gods boodschappen aan het volk.
Dit toont opnieuw aan dat de zonde als verantwoording, als schuld, vergeven wordt. Maar onreinheid, het opereren van de zonde als onreinheid, niet vergeven kan worden. Dat moet eerst overwonnen worden, en dan volkomen gereinigd worden. En dat is wat de grote verzoendag uitbeeldde en wat het oordeel te doen heeft. Ondertussen geldt voor ons "Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam". Rom. 6:12.
DE TWEE NATUREN VAN DE ZONDE EN DE GROTE VERZOENDAG In het 16e hoofdstuk van Leviticus lezen wij over het tempelritueel dat hoorde bij de grote verzoendag. Allereerst werden de hogepriester en de priesters verzoend. Zoals eerder al aangetoond is, waren de priesters de zondedragers van het heiligdom. Dan werden twee geitenbokken genomen: één voor de Here en de andere voor Azazel. De bok waarop het lot voor de Here gevallen was, werd geslacht. Het bloed werd genomen en dat werd gesprengd op het verzoendeksel dat op de ark was. Het uitdrukkelijke doel was "zo zal hij verzoening doen over het heiligdom om de onreinheden der Israëlieten en om hun overtredingen in al hun zonden; aldus zal hij doen met de tent der samenkomst, die bij hen verblijf houdt temidden van hun onreinheden". Lev. 16:16.
"Want op die dag zal hij voor u verzoening doen, om u te reinigen, van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des Heren gereinigd worden. Lev. 16: 30.
Het gaat dus hier niet om vergeving maar de reiniging staat centraal. Als de verzoening van de beide afdelingen en het altaar voltooid was dan kwam de levende bok op het toneel, dat was de bok voor Azazel. Lev.16:20. Op deze bok werd Israëls schuld beleden. Dat gebeurde door de hogepriester. Wij lezen daarover: "En Aäron zal zijn beide handen op het hoofd van de levende bok leggen, en zal daarop al de ongerechtigheden van de kinderen Israëls, en al hun overtredingen, naar al hun zonden, belijden; en hij zal die op het hoofd van de bok leggen, en zal hem door de hand van een man die voorhanden is, naar de woestijn uitlaten". Lev.16:21. Opnieuw zien wij het onderscheid. De twee bokken hadden beiden een aandeel in het ritueel. De bok voor de Here stierf maar de bok voor Azazel bleef leven. De bok voor de Here zorgde voor volkomen reiniging, de bok voor Azazel droeg Israëls schuld weg. Deze schuld was het hele jaar door opgeslagen in het heiligdom. Het bloed van de zondoffers werd het middel waardoor de overdracht eigenlijk mogelijk was. Feitelijk verontreinigt het bloed niet, het was de schuld van Israël waardoor het heiligdom verontreinigd werd. Het was ook niet het volk dat haar schuld op de levende bok beleed. Het was de hogepriester, diegene die Israëls schuld droeg, die schuldbelijdenis deed op de levende bok.
Duidelijk is weer dat er een onderscheid is tussen de schuld van de overtreder, en de zonde als onreinheid, als zelfstandig opererend beginsel. De zonde die als koning heerst. De ene zonde van de ene Adam.
O. R. L. Crosier Crosier was de eerste Adventist die een artikel schreef over het hemelse heiligdom en de betekenis van de dienst op grote verzoendag. Hij maakt duidelijk onderscheid tussen vergeven en uitdelgen. Vergeven werd in de dagelijkse dienst, het uitdelgen van de zonde gebeurde in de jaarlijkse dienst op grote verzoendag.
Uitdelgen is volkomen reiniging zodat hij niet meer aanwezig is. Het bloed van de bok voor de Here was om de zonde uit te delgen. De bok voor Azazel droeg de schuld van Israëls zonde weg. Niet van de persoon op het heiligdom maar van het heiligdom op de weggaande bok. De overdracht van schuld van de persoon naar het heiligdom gebeurde door het bloed van het zondoffer in de dagelijkse dienst. En nog eens de zonde als schuld kan en wordt vergeven. De zonde als onreinheid kan niet vergeven worden maar moet nu overwonnen en op de grote verzoendag, in het onderzoekend oordeel uitgedelgd worden. Dit is wat Crosier er over te zeggen had: "De verzoening staat centraal in zowel de wet van Mozes als in het evangelie; de bedoeling van de wet was om ons het evangelie duidelijk te maken. En dat is zeer belangrijk. De verzoening die de priesters deden voor het volk in verband met hun dagelijkse bediening, was verschillend van de verzoening die zij deden op de tiende dag van de zevende maand. Bij de eerste verzoening kwamen zij niet verder dan het heilige; maar bij de laatstgenoemde verzoening betraden zij het heilige der heiligen. De eerstgenoemde verzoening was voor persoonlijke gevallen, de laatste voor het hele volk Israël gezamenlijk. De eerstgenoemde voor de vergeving van zonde, de laatstgenoemde voor het uitdelgen ervan".
"De eerstgenoemde verzoening kon elk ogenblik gedaan worden, de laatstgenoemde alleen op de tiende dag van de zevende maand. Vandaar dat de eerste de dagelijkse verzoening genoemd kan worden en de laatste verzoening de jaarlijkse, of de eerste de persoonlijke en de laatste verzoening voor het volk". (The Day Star, 9 extra 2 Febr. 1846, Haddoch, p. 121.) "Velen schijnen niet te hebben ontdekt dat er een letterlijke en een geestelijke tempel is. De letterlijke is het Heiligdom in het Nieuw Jeruzalem (een letterlijke stad) en de geestelijke de kerk. De letterlijke, bewoond door Jezus Christus, onze Koning en Priester. (Joh.14:2; Hebr.8:2; 9:11), de geestelijke tempel bewoond door de Heilige Geest (1.Kor.3:17; 6:19; Ef.2:20-22). Tussen deze twee bestaat een volmaakte samenwerking, terwijl Christus de "plaats bereidt" doet de Geest hetzelfde met het volk. Toen Hij tot Zijn tempel, het Heiligdom kwam om dat te reinigen, begon de Geest de speciale reiniging van het volk (Mal.3: 1-3). Het verbaast mij niet dat velen van onze geliefde broeders en zusters zo opgaan in de zoetheid en heerlijkheid van dat eerste huis, zodat zij het tweede uit het oog hebben verloren". (The Day Star 10, 18 april 1846, Haddock, p. 125-126.)
Ellen White had het volgende commentaar op de woorden van Crosier: "Ik geloof dat het Heiligdom dat aan het eind van de 2300 dagen gereinigd moet worden, de tempel van het Nieuw Jeruzalem is. Meer dan een jaar geleden toonde de Here mij in een visioen, dat Br. Crosier het ware licht had over de reiniging van het Heiligdom en het was Zijn wil dat Br. C. het inzicht dat hij ons gaf in de Day Star Extra, 7 februari 1846, zou uitwerken. Ik voel me volledig door de Here gemachtigd die Extra uitgave aan elke heilige aan te bevelen". (A word tot the little Flock.)
ONZE PIONIERS OVER UITDELGEN EN VERGEVING
1850 Joseph Bates "Zo zal hij verzoening doen over het heiligdom om de onreinheden der Israëlieten en om hun overtredingen in al hun zonden; aldus zal hij doen met de tent der samenkomst, die bij hen verblijf houdt te midden van hun onreinheden" (Lev.16:16). Wil de lezer deze achttien woorden alstublieft opnieuw lezen en eens zien of hij de betekenis van de reiniging van het heiligdom kan navertellen. O, ja zegt u, dat was om het volk te reinigen, hen allen, van hun zonden. Heel goed, vergeet het niet als het in het tegenbeeld op u betrekking heeft. (RH dec. 1850, Haddock, p. 422.)
1857 James White "Jezus zal Zijn priesterlijk kleed afleggen, het verzoendeksel verlaten en de klederen der wrake aandoen, en nooit weer Zijn bloed offeren om de zonden van de zondaar weg te wassen. De kreunende, wenende, biddende en predikende kerk op aarde.. Zwijgt nu in plechtige stilte. De Heilige Geest heeft binnenin hen deze profetische woorden van de spoedig te verwachten Here geschreven: "Wie onrecht doet, Hij doe nog meer onrecht; wie vuil is, hij worde nog vuiler; wie rechtvaardig is, hij bewijze nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, hij worde nog meer geheiligd" (Openb.22:11). (RH 20 aug. 1857, Haddock, p. 205.)
1863 James White "En hier zouden wij willen vragen, zou er iets passender kunnen zijn, dan dat de bewerker en aanstichter van alle zonden, de schuld van deze overtredingen, waartoe hij stervelingen heeft aangezet, maar waarover zij berouw hebben, weer op zijn eigen hoofd terug ontvangt? En wat zou een treffender tegenbeeld van de oude ceremonie van het wegzenden van de zondebok de woestijn in, kunnen zijn, dan de daad van de machtige engel, als hij satan bindt en hem bij de aanvang van de duizend jaren in de afgrond werpt?
Dit is een punt van alles overtreffend belang voor iedere gelovige. Dan zullen de zonden van Gods volk worden weggedragen om nooit meer in herinnering te worden gebracht. Dan zal hij, die de zonden heeft veroorzaakt, ze terug ontvangen hebben. Dan zal de kop van de slang verpletterd zijn door het zaad van de vrouw. Dan zal de ‘sterke’ en gewapende man (satan) gebonden zijn door één (Christus) die sterker is dan hij en het huis (het graf) van de sterke man zal van zijn huisraad (de heiligen) beroofd zijn. Matt.12:29; Hebr.2:14. Het werk van de vijand, het zaaien van onkruid tussen de tarwe (Matt.13:24-25), zal voor altijd hersteld zijn en het onkruid zal verzameld zijn in bossen om verbrand te worden, en de tarwe zal zijn vergaderd in de schuur. Dan zal onze grote Hogepriester uit het Heiligdom gekomen zijn om de eeuwigdurende zegen uit te spreken over zijn wachtend volk. Dan zullen wij gekomen zijn tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem en tot een gezelschap van ontelbare engelen. Dan zullen de verlosten, terwijl zij hun triomferende voet plaatsen op de wereld, het vlees en de duivel, hun blijde stemmen verheffen in het gezang van Mozes en het Lam. O, glorieuze dag! Moge de Here die op Zijn tijd verhaasten. Wie zou niet, met het uitzicht op deze gebeurtenis, het verzoek van de geliefde Johannes overnemen: "Amen, kom, Here Jezus". (RH, 1 sept. 1863, The Atonement J. H. Waggoner)
1867 A. C. Bordeau "…. A. C. Bordeau bracht soortgelijke gedachten tot uitdrukking betreffende de Grote Verzoendag. Bordeau redeneerde als volgt: "Niet alleen werd het Heiligdom gereinigd, maar het volk werd ook van zijn zonden gereinigd".
"Het werk van de tegenbeeldige Grote Verzoendag bestaat uit: 1. Het onderzoeken van de gevallen van ten eerste de gestorvenen in Christus en daarna de levende heiligen. 2. Het uitdelgen van hun zonden, waarvan Petrus zei dat dit zou plaatsvinden wanneer de tijden van verademing zouden komen van het aangezicht des Heren en Hij de Christus zal zenden enz. (Hand.3:19,20) 3. Het overdragen van de uitgedelgde zonden, die door het bloed van Christus op de grote aanstichter van de zonde worden gelegd, dat is de duivel, die uiteindelijk bovenop zijn eigen zonden ook alle zonden van Gods volk moet dragen. Hij, de duivel, is de antitypische zondebok. De goddelozen zullen hun eigen zonden dragen".
Wanneer de genadetijd eindigt, vervolgde Bordeau… "Dan zal Gods volk voor altijd vrij zijn van de ongerechtigheid". (RH, 14 mei 1867), (Haddock, p. 221,222.) (Deze Artikel uit het blaadje Hoeksteen nr. 39 ) |