Als God de zondaar vergeeft, de straf die hij verdient heeft wegneemt en hem behandelt alsof hij niet gezondigd heeft, dan neemt hij hem op in de gunst van God, en rechtvaardigt hem door de verdiensten van de gerechtigheid van Christus. De zondaar kan alleen gerechtvaardigd worden door geloof in de verzoening die volbracht werd door Gods geliefde Zoon die een offer werd voor de zonden van een schuldige wereld. Niemand kan gerechtvaardigd worden door enig werk van zichzelf. Hij kan alleen verlost worden van de schuld der zonde, van de veroordeling der wet, van de straf op de overtreding, door de verdiensten van het lijden, de dood en de opstanding van Christus. Geloof is de enige voorwaarde waarop rechtvaardiging verkregen kan worden, en geloof houdt niet alleen in geloven, maar ook vertrouwen.Velen hebben in naam geloof in Christus, maar zij weten niets van die levendige afhankelijkheid van hem die zich de verdiensten van een gekruisigde en opgestane Zaligmaker toeëigent. Over dat soort geloof zegt Jakobus: "Gij gelooft dat er één God is en gij doet wel: dat geloven de duivelen ook en zij sidderen. Wilt gij weten, gij dwaze mens, dat geloof zonder de werken niets uitwerkt?" Jakobus 2: 19-20. Velen stemmen toe dat Jezus Christus de Zaligmaker der wereld is, maar terzelfder tijd, houden zij Hem op een afstand, falen om berouw te hebben over hun zonden, en aanvaarden Jezus niet als hun persoonlijke Zaligmaker. Hun geloof is alleen maar een verstandelijk instemmen en een oordeel hebben over de waarheid. Maar de waarheid wordt niet in het hart aangenomen, om de ziel te heiligen en het karakter te veranderen. "Want die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld Zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt." (Romeinen 8: 29-30) Geroepen zijn en gerechtvaardigd zijn is niet hetzelfde. Geroepen zijn betekent dat de zondaar tot Christus getrokken wordt, en dat is een werk dat tot stand komt door de Heilige Geest. De Heilige Geest werkt aan het hart, overtuigt van zonde, en roept op tot berouw. Velen zijn verward over wat de eerste stappen zijn in het werk der verlossing. Men denkt dat berouw een werk is dat de zondaar zelf tot stand moet brengen voordat hij tot Christus kan komen. Zij denken dat de zondaar zichzelf bereid moet maken om de zegen van Gods genade te verkrijgen. Maar hoewel het waar is dat berouw vooraf gaat aan vergiffenis, want alleen het hart dat gebroken en verslagen is, is aanvaardbaar bij God, toch kan de zondaar zichzelf niet tot berouw brengen, of zichzelf bereid maken om tot Christus te komen. Tenzij dat de zondaar berouw heeft kan hij niet vergeven worden. Maar de vraag die beslist moet worden is, of berouw een werk van de zondaar is, of een gave van Christus. Moet de zondaar wachten tot hij vervuld is met spijt over zijn zonde, voordat hij tot Christus kan komen? De eerste stap naar Christus toe wordt gezet door het trekken van de Geest van God; als de zondaar aan dit trekken beantwoordt, keert hij tot Christus om tot berouw te komen.
De zondaar wordt voorgesteld als een verloren schaap. Maar een verloren schaap keert nooit terug naar de kudde tenzij het gezocht wordt, en terug gebracht wordt tot de kudde door de herder. Niemand kan uit zichzelf tot berouw komen, en zichzelf waardig maken voor de zegen van de rechtvaardiging. De Here Jezus is voortdurend bezig om een indruk te maken op de geest van de zondaar om hem ertoe te bewegen, om Hem, het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt, te aanschouwen. Wij kunnen geen enkele stap doen in de richting van het eeuwige leven tenzij Jezus ons trekt, en de ziel versterkt,
Het grote werk dat gewrocht is de zondaar die bevlekt en besm, is door het kwaad is het werk rechtvaardiging. Door Hem Di waarheid spreekt is hij rechtvaa verklaard. De Here rekent gerechtigheid van Christus toe de gelovige, en verklaart 1 rechtvaardig voor het univers Hij legt zijn zonden op Jezus Vertegenwoordiger en Bord Zekerheid van de zondaar. Christus legt Hij de ongerechtig van iedere ziel die gelooft. "I] voor ons tot zonde gemaakt o wij zouden worden gerechtig Gods in Hem." 2 Korinthe 5: 2 Christus heeft genoegdoer gedaan voor de schuld van de ge wereld, en allen die door het ge tot God willen komen zullen gerechtigheid van Christus vangen. Christus heeft "zelf c zonden in zijn lichaam op het 1 gebracht, opdat wij, aan de zon afgestorven, voor de gerechtig zouden leven; door zijn striemen gij genezen." 1 Petrus 2: 24. Onze zonden zijn geboet, v gedaan, geworpen in de diepte zee. Door bekering en geloof zijn ontdaan van de zonden, en ziel naar de Here onze gerechtig) Jezus leed, de Rechtvaardige de onrechtvaardige. Hoewel wij als zondaars onde veroordeling van de wet zijn, eist Christus door zijn geh zaamheid tegenover de wet, vo( berouwvolle ziel de verdienste zijn eigen gerechtigheid. Om de hebben aan de gerechtigheid Christus moet de zondaar weter die bekering is die een radi verandering bewerkt in de gee het verstand en de handelingen werk der verandering moet begil in het hart, en moet haar kr openbaren door ieder vermoger ons wezen. Maar de mens is ni staat om een zodanige omkee stand te brengen, en kan het al maar ervaren door Christus, opgevaren is in den hoge, Die ons ertoe leidt om onberouwelijke inkeer tot heil te ervaren.Toen Petrus voor de hogepriester en de Farizeeën stond, maakte hij het glashelder dat bekering een gave van God is. Sprekend over Christus zei hij: "Hem heeft God door zijn rechterhand verhoogd, tot een Leidsman en Heiland om Israël bekering en vergeving van zonden te schenken." Hand.5: 31. Bekering en berouw zijn niet minder een gave van God dan vergeving en rechtvaardiging. Men kan het niet ervaren tenzij dat Christus het geeft aan een ziel. Als wij tot Christus getrokken worden, is het door zijn kracht en verdienste. De genade van berouw komt door Hem, en van Hem komt de rechtvaardiging.De betekenis van het Geloof Paulus schrijft: "Maar de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: Zeg niet in uw hart: Wie zal ten hemel opklimmen? Namelijk om Christus te doen afdalen; of: Wie zal in de afgrond nederdalen? Namelijk om Christus uit de doden te doen opkomen. Maar wat zegt zij? Nabij u is het woord, in uw mond en in uw hart, namelijk het woord des geloofs, dat wij prediken. Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis." Rom.10: 6-10. Het geloof dat tot zaligheid leidt is geen oppervlakkig geloof, het is niet alleen een verstandelijk instemmen, het is een geloof dat geworteld is in het hart, het is een geloof dat Christus aanvaardt als een persoonlijke Zaligmaker. Dat geloof verzekert dat Hij volkomen zalig maken kan al diegenen die door Hem tot God gaan. Geloven dat Hij anderen wil redden, maar u niet wil redden, is geen echt geloof. Maar als de ziel beslag legt op Christus als zijn enige oop op de zaligheid, dan wordt reddend geloof geoefend. Dat geloof leidt de bezitter ertoe om al de genegenheden van de ziel op Christus te plaatsen. Bij zo iemand is het begrijpen, het kennen onder de beheersing van de Heilige Geest, en zijn karakter wordt gevormd naar de goddelijke gelijkenis. Zijn geloof is geen dood geloof, maar een geloof dat werkt door de liefde, en hem ertoe leidt om de schoonheid van Christus te zien, en doordrenkt te worden met het goddelijke karakter. "En de Here uw God, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, zodat gij de Here uw God, liefhebt met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leeft." Deut. 30: 6.
Het is God Die het hart besnijdt. Het gehele werk is van de Here van het begin tot het einde. De verlorengaande zondaar kan zeggen: "Ik ben een verloren zondaar, maar Christus kwam om te zoeken en te redden wat verloren was." Hij zegt: "Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering." Markus 2: 17. Ik ben een zondaar, en Hij stierf op het kruis van Golgatha om mij te redden. Ik hoef geen ogenblik langer ongered te zijn. Hij stierf en stond weer op voor mijn rechtvaardiging, en Hij wil mij nu redden. Ik aanvaard de vergiffenis die Hij beloofd heeft." Toegerekende Gerechtigheid Christus is onze opgestane Verlosser. Hoewel Hij dood was, stond Hij weer op, en leeft Hij voor altijd om voor ons te pleiten. Met het hart moeten wij geloven tot gerechtigheid, en met de mond moeten wij belijden tot zaligheid. Zij die door het geloof gerechtvaardigd zijn zullen Christus belijden. "Hij die mijn woord hoort en gelooft in Hem Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven, en zal niet in het oordeel komen; maar is overgegaan van de dood in het leven." Joh.5: 24.
Wie wil graag echt tot bekering komen? Wat moet hij of zij doen? Men moet komen tot Jezus, precies zoals men is, zonder te schromen. Hij moet geloven dat het woord van Christus waar is, en gelovend vragen dat hij de belofte ontvangen mag. Wanneer een oprecht verlangen de mensen ertoe aanzet om te bidden, dan zullen zij niet vergeefs bidden. De Here zal zijn woord vervullen, en zal de Heilige Geest geven, om die ziel te leiden in berouw tot God en in geloof in de Here Jezus Christus. Hij zal bidden en waken, en zijn zonde wegdoen, en die ziel zal zijn oprechtheid openbaar maken door krachtige pogingen om de geboden Gods te gehoorzamen. Hij zal geloof vermengen met zijn gebeden, en hij zal niet alleen de voorschriften van de wet geloven maar ze ook gehoorzamen. Hij zal zichzelf opstellen aan de zijde van Christus. Hij zal alle gewoontes en vriendschappen die ertoe neigen om zijn hart van Christus af te wenden, wegdoen. Hij die een kind van God wil worden moet de waarheid ervaren dat bekering en vergiffenis verkregen worden door niet minder dan de verzoening van Christus. Daarvan overtuigd moet de zondaar pogingen ondernemen om in harmonie te zijn met het werk dat voor hem gedaan wordt. Met onvermoeide ijver moet hij pleiten bij de troon der genade opdat de vernieuwende kracht van God in zijn ziel moge komen. Christus vergeeft niemand, dan alleen de berouwvolle, maar als Hij vergeeft maakt Hij eerst berouwvol. De voorziening die getroffen is, is volkomen, en de eeuwige gerechtigheid van Christus wordt geplaatst op rekening van iedere gelovige ziel. Het kostelijke, vlekkenloze kleed, geweven in het weefgetouw des hemels, is voorzien voor de gelovige, berouwvolle zondaar, en hij mag zeggen: "Ik verblijd mij zeer in de Here, mijn ziel juicht in mijn God, want Hij heeft Mij bekleed met de klederen des heils, met de mantel der gerechtigheid heeft Hij mij omhuld, gelijk een bruidegom, die zich als een priester het hoofdsieraad ombindt, en gelijk een bruid die, zich met haar versierselen tooit." Jesaja 61: 10.Er is voorzien in overvloedige genade opdat de gelovige ziel vrij blijft van zonde. De gehele hemel met haar onbeperkte bronnen is geplaatst om opgeroepen te worden. Wij moeten putten uit de bron der verlossing. Christus is het einde (doel) van de wet tot gerechtigheid voor een ieder die gelooft. In onszelf zijn wij zondaren; maar in Christus zijn wij rechtvaardig. Nadat Hij ons gerechtvaardigd heeft door de toegerekende gerechtigheid van Christus, verklaart God ons rechtvaardig, en behandelt ons als rechtvaardig. Hij ziet op ons als Zijn dierbare kinderen. Christus werkttegen de macht der zonde, en waar de zonde overvloedig is, daar is de genade meer overvloedig. "Wij dan gerechtvaardigd zijnde, hebben vrede met God door Jezus Christus onze Here, door wie wij ook de toegang hebben tot deze genade waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods." Romeinen 5: 1-2. `En worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade door de verlossing in Christus Jezus, Hem heeft God voorgesteld als zoenmiddel door het geloof, in zijn bloed, om zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden, die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden-om zijn rechtvaardigheid te tonen, in de tegenwoordige tijd, zodat Hijzelf rechtvaardig is, ook als Hij hem rechtvaardigt, die uit het geloof in Jezus is. Romeinen 3: 24-26. "Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God". Efeze 2: 8.
De belofte van de Geest De Here wil dat zijn volk gezond is in het geloof- niet onbekend met de grote verlossing waarin zo overvloedig voor hen voorzien is. Zij moeten niet vooruit zien, met de gedachte dat in de toekomst een groot werk voor hen gedaan zal worden. Want het werk is nu compleet. De gelovige wordt niet opgeroepen om zijn vrede met God te maken. Dat is nog nooit gebeurd, hij kan dat ook niet. Hij moet Christus aanvaarden als zijn vrede, want met Christus is God en vrede. Christus maakte een einde aan de zonde. Christus droeg de 'zware vloek in Zijn eigen lichaam op het hout, en Hij heeft de vloek weggenomen voor al degenen die in Hem geloven als hun persoonlijke Zaligmaker. Hij maakt een einde aan de overheersende macht van de zonde in het hart, en het leven en het karakter van de gelovige getuigen van het waarachtige karakter van de genade van Christus. Aan hen die daarom vragen deelt Jezus de Heilige Geest mee. Want het is noodzakelijk dat iedere gelovige verlost moet worden van de besmetting, alsook van de vloek en de veroordeling van de wet. Door het werk van de Heilige Geest, de heiliging door de waarheid, wordt de gelovige voorbereid voor de hemelse hoven. Christus werkt in ons, en Zijn gerechtigheid is op ons. Zonder dat zou niemand aanspraak kunnen maken op de hemel. Wij zouden de hemel niet genieten tenzij wij gekwalificeerd zijn voor de heilige atmosfeer die daar heerst door de invloed van de Geest en de gerechtigheid van Christus.
Om kandidaten voor de hemel te zijn moeten wij de eisen van de wet vervullen: "Gij zult de Here uw God liefhebben, met geheel uw hart, met geheel uw ziel en met alle krachten, en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf." Lukas 10: 27. Wij kunnen dat alleen als wij door het geloof de gerechtigheid van Christus aangrijpen. Door Jezus te aanschouwen ontvangen wij een levend, zich uitbreidend beginsel in het hart, en de Heilige Geest gaat door met dat werk, en de gelovige gaat voort van genade tot genade, van kracht tot kracht, van karakter tot karakter. Hij brengt ons in overeenstemming met het beeld van Jezus, totdat Hij in zijn geestelijke groei reikt tot de volledige gestalte in Christus Jezus. Zo maakt Christus een einde aan de vloek der zonde, en zet de gelovige ziel vrij van de handelingen en gevolgen van de zonde. Alleen Christus is in staat om dat te doen "daarom moest Hij in alle dingen zijn broeders gelijk worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. Want doordat Hijzelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun, die verzocht worden, te hulp komen." Hebr.2: 17-18. Verzoeningbetekent dat elke hindernis tussen de ziel en God weggedaan is, en dat de zondaar weet wat de vergevende liefde van God betekent. Omreden van het offer dat Christus gebracht heeft voor het gevallen mensdom kan God de zondaar op een rechtvaardige wijze genezen als hij de verdiensten van Christus aanvaardt. Christus is het kanaal waardoor de genade, liefde en gerechtigheid vanuit het hart van God naar het hart van de zondaar vloeit. "Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid." 1 Joh. 1: 9.In de profetie van Daniël staat opgetekend dat Christus "de ongerechtigheid verzoend" heeft en "een eeuwige gerechtigheid gebracht heeft." Daniël 9: 24. Elke ziel kan zeggen: "Door Zijn volmaakte gehoorzaamheid heeft Hij voldaan aan de eisen van de wet, en mijn enige hoop wordt gevonden in het opzien naar Hem Die mijn plaatsvervanger en borg is, Die de wet volmaakt gehoorzaamd heeft voor mij. Door het geloof in Zijn verdiensten ben ik vrij van de veroordeling der wet. Hij bekleedt mij met Zijn gerechtigheid, en die beantwoordt aan al de eisen van de wet. Ik ben volkomen in Hem Die een eeuwige gerechtigheid binnenbrengt. Hij stelt mij voor aan God in het vlekkeloze kleed waarin geen draad is die geweven werd door een mens. Alles is van Christus, en al de heerlijkheid, eer en majesteit moet gegeven worden aan het Lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt." Velen denken dat zij moeten wachten op een speciale impuls om tot Christus te komen. Maar het enige dat nodig is, is oprechtheid van bedoeling, met de wil om het aanbod der genade en barmhartigheid, dat ons aangereikt wordt, aan te nemen. Wij moeten zeggen: "Christus stierf om mij te redden. Het is Gods wens dat ik gered word, en ik wil tot Jezus komen precies zoals ik ben, en dat zonder uitstel. Ik verlaat mij op de belofte. Als Christus mij trekt, dan wil ik dat beantwoorden." De apostel zegt: "Met het hart gelooft men tot gerechtigheid." Romeinen 10: 10. Niemand kan met het hart geloven tot gerechtigheid, en de rechtvaardiging door het geloof ontvangen, terwijl hij voortgaat om die dingen te doen die het woord van God verbiedt, of dat een bekende plicht niet vervuld wordt.
Goede werken een vrucht van het Geloof
W aarachtig geloof wordt geopenbaard in goede werken, want goede werken zijn de vruchten van het geloof. Als God in het hart werkt, en de mens zijn wil aan God overgeeft, en samen werkt met God, werkt hij in zijn leven uit wat God door Zijn Geest inwerkt in de mens. Dan is er een harmonie tussen de doelstellingen van het hart en de praktijk van het leven. Elke zonde moet verworpen worden als dat hatelijk ding dat de Heer van licht en heerlijkheid gekruisigd heeft. De gelovige moet een voortgaande ervaring hebben in het voortdurend doen van de werken van Christus. Het is door voortdurende overgave van de wil, door voortdurende gehoorzaamheid, dat de zegening van de rechtvaardiging behouden blijft.Zij die gerechtvaardigd zijn moeten een hart hebben dat er op gericht is de wegen des Heren te bewaren. Als iemands werken niet overeen stemmen met zijn belijdenis dan is dat een bewijs dat zo iemand niet gerechtvaardigd is. Jakobus zegt: "Daaruit kunt gij zien dat zijn geloof samenwerkte met zijn werken, en dat dit geloof pas dan volkomen werd uit de werken." Jakobus 2: 20. Geloof dat geen werken voortbrengt, rechtvaardigt de ziel ook niet. "Gij ziet dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken en niet slechts uit geloof'. Jakobus 2: 24. "Abraham geloofde God, en het werd hem gerekend tot gerechtigheid." Rom.4: 3. De toerekening van de gerechtigheid van Christus komt door rechtvaardigend geloof en het is die rechtvaardiging waarvoor Paulus zo ernstig strijdt. Hij zegt: "Daarom dat uit de werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen. Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in Christus Jezus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods, en worden om niet gerechtvaardigd uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God voorgesteld als een zoenmiddel door het geloof, in Zijn bloed, om Zijn rechtvaardigheid te tonen, daar Hij de zonden die tevoren onder de verdraagzaamheid Gods gepleegd waren, had laten geworden.... Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet, veeleer bevestigen wij de wet." Romeinen 3: 20-31.Genade is onverdiende gunst, en de gelovige wordt gerechtvaardigd zonder enige verdienste van zijn kant, zonder enige eis die aan God voorgelegd kan worden. Hij wordt gerechtvaardigd alleen door de verlossing die in Christus Jezus is, Die in de hemelse hoven staat als de plaatsvervanger en borg van de zondaar. Maar hoewel hij gerechtvaardigd is door de verdiensten van Christus, staat het hem niet vrij om ongerechtigheid te werken. Geloof werkt door de liefde en reinigt de ziel. Geloof ontluikt en bloeit en draagt een oogst van kostelijke vruchten. Waar het geloof is daar verschijnen goede werken. De zieken worden bezocht, de armenworden verzorgd, de wezen en de weduwen worden niet vergeten, de naakten worden bekleed, de hongerigen worden gevoed. Christus ging rond, al goed doende, en als mensen met hem verbonden zijn, hebben zij Gods kinderen lief en worden hun voetstappen geleid door de waarheid. De uitdrukking op hun gezicht openbaart hun ervaring, en de mensen merken op dat zij met Jezus geweest zijn en van Hem geleerd hebben. Christus en de gelovige worden één, en Zijn schoonheid van karakter wordt geopenbaard in hen die op een levendige wijze verbonden zijn met de Bron van kracht en liefde. Christus is het grote schathuis van rechtvaardigende gerechtigheid en heiligende genade. Allen kunnen tot Hem komen, en uit Zijn volheid ontvangen. Hij zegt: "Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven." Mattheus 11: 28. Waarom dan nietalle ongeloof weggeworpen en acht gegeven op de woorden van Jezus? U wilt rust, u verlangt naar vrede. Zeg dan met het hart "Here Jezus ik kom, omdat U mij uitnodigt. Geloof in Hem met een standvastig geloof, en Hij zal u verlossen. Hebt u naar Jezus opgezien, die de Leidsman en Voleinder van uw geloof is? Hebt u waargenomen dat Hij vol van genade en waarheid is? Hebt u de vrede aanvaard die Hij alleen u geven kan? Als dat niet het geval is, onderwerp u dan aan Hem, en zoek door Zijn genade naar een karakter dat edel en verheffend is. Zoek naar een vast resolute, vriendelijke geest. Verzadigt u met Christus, het levende brood en u zult zijn liefelijkheid van geest en karakter openbaren. E.G.White. 1 Selected Messages 389-398. |