SCHADUW EN WEZEN VAN HET VERLOSSINGSPLAN
Exodus 25: 8. God gaf aan Mozes het bevel een heiligdom te bouwen. Dit zou de plaats zijn waar de Here Zich aan Zijn volk wilde openbaren. „Opdat ik in het midden van hen wone." Door dit heiligdom en de daarmee verbonden priesterdienst wenste de Here een aanschouwelijke voorstelling te geven van het verlossinggplan, de weg der verzoening van God en mens. Hebreën 8.: 2. Het heiligdom dat Mozes oprichten moest was een afbeelding of een schaduw van de werkelijke verzoening welke door de Zoon, Jezus Christus, zou volbracht worden. Hebreën 8 : 5. Het was bedoeld als een voorbeeld „der hemelse dingen".Hebreën 8 : 1-2. Paulus noemde de leer die met dit heiligdom verbonden was „De hoofdsom der dingen waarvan wij spreken, dat we hebben een zodanige hogepriester, die gezeten is aan de rechterhand van de troon der majesteit in de hemelen."
2. HET AARDSE HEILIGDOM EEN TYPE VAN HET HEMELSE HEILIGDOM.
Exodus 25: 40. Mozes mocht dit heiligdom niet naar eigen goeddunken oprichten. God toonde hem het voorbeeld en zei:
26
een symbool iffi.n°flet Openbaring 11: 19: heiligdom zag J ' Ark der 'Getalgems De voorw ~' -'iri l* ding van de dinge i'd1
„Ziet dan toe, dat -gij het maakt naar het voorbeeld hetwelk u op de berg getoond is." . . Het aardse heiligdom was cm -zdbeelding van # e ware tabernakel, die door de Here werd ,opgericht en niet door mensen. 3. HOE ZAG HET HEILIGDOM ER UIT ? Voor en rondom het hdl1gdm'n was'de'1ooorI f. Exodus 27: 9 -19. In de voorhof stond het koperen braadofferaltaar. Exodus 27 : 1-8. Verder stond voor de ingang,van het heiligdom in. de voorhof het kop~ -~vat, X~adus 30 : 18-21. Op het brandofferaltaar werden de offerdieren geofferd en het wasvat diende tot reiniging van de priesters wanneer deze zich in het heiligdom begaven.Exodus 26: 33. Het heiligdom zelf bestond uit twee afdelingen, die door een kleed, het v o~gsel, van elkaar gescheiden waren. De eerste afdeling werd genoemd het heilige. Daarin stonden de volgende voorwerpen: de zevenarmige gouden kandelaar, Exodus 25: 31=40; de tafel der toonbroden, Exodus 25 : 23--30; het gouden reukofferaltaar, Exodus 30 : 1-6. In deze afdeling bracht de~priester iedere dag het morgen- en avondoffer en sprengde hij: het bloed der verzoening. De tweede afdeling was het ~ heilige ge der heiligen. Daar stond de Ark des Verbonds, ~us 25,: 10-21. In deze ark lag de wet der tien geboden, die.God zoet eigen vinger op tafelen van steen geschreven had. -Exodus 25:.16. Naast de ark lag het wetboek van Mozes, Dm~ 31 26. Het deksel op de ark werd het verzoendeksel genoemd,-£Eodus 25: 17-21. Twee uit goud gebeeldhouwde engelen:_ overschaduwden de ark met het verzoendeksel, Exodus 25: 18-20. Deze ark was een symbool van de troon van God.Psalm 80: 2. De Here troont tussen de Cherubs.Exodus 25: 22. Tussen deze cherubs maakte de Here door een wolk Zijn tegenwoordigheid kenbaar en ,daar openbaarde Hij Zijn gerechtigheid en genade. Heb~ 9: 7. In deze tweede afdeling ging alleen de hogepriester eenmaal in het jaar om verzoening voor het gehele volk te doen.4. DE TEMPEL IN DE HEMEL, DE WARE TABERNAKEL Johannes zag het hemelse heiligdom In zijn visioen op Patmos. In zijn beschrijving vinden we dezelfde voorwerpen terug die we in het aardse heiligdom hebben aangetroffen. Openbaring 1 : 7 en 20. De zeven gouden kandelaren of de zeven geesten Gods. Openbaring 4 : 5.Openbaring 8 : 3..Het gouden reukofferaltaar. Van dit altaar
stijgen dagelijks de gebeden der gelovigen op tot God als.een, liefelijke reuk omdat ze ondersteund worden door de priesterlijke voorbede van Jezus Christus. Openbaring 3:20. De tafel der toonbroden waarop steeds twaalf broden aanwezig waren, voor elke stam èèn, was een heenwijzing naar Jesus;. het brood des levens en was tevens .avondmaal."tweede afdeling van het hemelse de Ark dei Verbonds, ook wel de :.vanwgge.; de riet, die daarin lag. heiligdom warent-dus een afbeelemel zijn; x:r: Openbaring 111 :. 2. {,1*paën . voorhof wordt yin het hemelse heiligdom niet;°genoemd, omdat dit het beeld 'was van deze aarde.Het brandoffëraltaar, dat In de voorhof stond was een symbool van Golgotha. Het wasvat was een symbool van de heilige doop. Beide vonden en vinden hier op aarde plaats.
5.. DE DIENST DER VERZOENING.
De verzoeningsdiéfíst werd verricht door gewijde priesters, in een dagelijkse, gn een jaarlijkse dienst. De- dagelijkse dienst bestond uit het d g ` . ijkse morgen- en avondoffer en het plengen van de d ge~jks terugkerende zondoffers der zondaren. Exodus 29: 3I--~4t én Leviticus 4 : 27-35. Dagelijks kwamen mannen of vrouwen met hun offerdier tot de tempel om verzoening te doen over hun zonden. Wanneer de overtreder zijn handen op het hoofd van het offerdier legde beleed hij daardoor dat hij de wet overtreden had en des doods schuldig was. Tevens beleed hij door deze. handeling te geloven in het Lam van God, dat in de plaats Van de zondaar sterven zou om met zijn bloed een verzoening•;aan te brengen en aan de eis van de wet te voldoen.Hebreën 9 : 6-7. Deze dienst werd dagelijks verricht in de eerste afdeling van het heilige.Leviticus 4 : 27-30. Nadat het offerdier geslacht was begaf de priester zich met het bloed in het heiligdom om verzoening te doen. Hij sprengde het bloed voor de voorhangsel en streek daarvan op de hoornen van het altaar. Het was niet voldoendedat het offer geslacht werd, de priester moest met het offer-bloed In het heiligdom gaan. Eerst daarna was de zonde vergeven en verzoend. In werkelijkheid werden op deze wijze In figuurlijke zin de zonden op het heiligdom overgedragen, waar ze bleven tot op de dag van de jaarlijkse dienst.
6. DE JAARLIJKSE DIENST, DE GROTE VERZOENDAG. Leviticus 23: 27-28. Aan het einde van het Joodse jaar, op de tiende van de zevende maand, was de grote verzoendag. Hebreën 9 : 7. Eenmaal in het jaar ging de hogepriester In de tweede afdeling tot voor de Ark des Verbonds. Leviticus 16: 5 en 7-8. Voordat hij dit werk mocht doen moest hij twee bokken nemen en over hen het lot werpen. Leviticus 16: 15. De bok waarop het lot voor de Here viel werd dan geofferd en met dat bloed begaf de hogepriester zich dan In het heilige der heiligen om op het verzoendeksel het bloed te sprengen. Leviticus 16: 16. Hierdoor werden de zonden, die door de dagelijkse dienst gedurende het gehele jaar waren overgedragen, verzoend. Belde het volk en het heiligdom werden op die dag door deze handeling gereinigd van de zonden. Leviticus 16: 20-21. Daarna trad de hogepriester naar buiten en legde zijn handen op de tweede bok om op deze wijze in figuurlijke zin de zonden die nu van het heiligdom en het volk weggenomen waren, op deze bok te leggen. Leviticus 16: 22. De bok werd dan in de woestijn gebracht en keerde niet weer terug. Dit was het teken, dat de zonden van het afgelopen jaar niet alleen verzoend, maar ook uitgedelgd waren (vers 30).Deze grote verzoendag was tevens voor Israël een oordeelsdag. Zonden die niet beleden waren, werden niet uitgewist. Op die dag moest iedereen zijn ziel verootmoedigen en zichzelf onderzoeken of elke zonde beleden was. Ook mocht op die dag geen werk verricht worden. Leviticus 23: 27-30. De ziel, die niet zich verootmoedigde en geen deel nam aan het grote verzoeningswerk, werd uitgeroeid, d.w.z. uitgestoten uit het volk.7. CHRISTUS HEEFT DEZE GEHELE SCHADUWDIENST VERVULD.
Hij is het grote Offerlam -Gods dat geslacht werd voor de zonden der wereld. Hij is ook de priester Gods in de ware tabernakel. Hij Is tevens de grote en enige Hogepriester aan de rechterhand van de troon der majesteit in de hemelen, als de grote Pleitbezorger voor allen die in Hem geloven. Christus vervulde al deze ceremoniële instellingen en volbrengt hierdoor een algehele verzoening voor hen die in oprechtheid berouw tonen over ¢e zonden en met een gelovig hart zich tot Hem begeven, om door kracht van Zijn bloed de zonde te overwinnen en het eeuwige leven deelachtig te worden.
|